Biodiversiteit invasieve soorten & GGOs

Biodiversiteit

Biodiversiteit is een samentrekking van biologisch en diversiteit. “Biologische diversiteit” omvat de variëteiten aan levende organismen uit alle bronnen, onder andere, land, zee en andere waterecosystemen en de ecologische complexiteit waarvan zij deel uitmaken. Inclusief diversiteit binnen soorten (genetische diversiteit), tussen soorten (soort-diversiteit) en ecosystemen (ecosysteem-diversiteit).

Biodiversiteit en ecosystemen

Biodiversiteit fundeert in sterke mate de toevoer van ecosysteem diensten en derhalve menselijke welvaart en welzijn. Zowel de interacties tussen verschillende soorten als met mensen bepalen welke ecosystemen ontwikkeld worden en, als gevolg daarvan, welke ecosysteem diensten afgegeven worden. Zodoende trekken mensen veel profijt uit biodiversiteit, waaronder economische en culturele waarden als ook de ‘waarde op zich’ (ook wel intrinsieke waarde genoemd).

Storende uitheemse soorten

Een storende uitheemse soort kan worden gedefinieerd als een vreemdsoortige, wiens introductie (mogelijk) schade toebrengt aan de economie, de omgeving en/of menselijke gezondheid. “Vreemdsoortige” betekent, in het licht van een bepaald ecosysteem, elke soort die uitheems is voor dat ecosysteem. Onderscheid kan worden gemaakt tussen storende soorten die met opzet geïntroduceerd zijn (bv eucalyptus ten behoeve van de papierproductie) of die onbedoeld naar een ander gebied zijn verplaatst (bv tijgermug in rubber banden).

De aanwezigheid van storende soorten kan leiden tot inmenging in de bestaande oorspronkelijke biodiversiteit, bijvoorbeeld door het overnemen van habitats of zich voeden met dezelfde prooien.

Impact van storende soorten

Economische activiteiten kunnen de aanwezigheid van storende soorten bevorderen, bijvoorbeeld door nieuwe uitheemse bronnen te introduceren. De (economische) impact van storende soorten kan uiteenlopend en enorm zijn, variërend van:

  • productieverlies in landbouw en bosbouw
  • schade aan gebouwen
  • verlies van recreatie- en tourisme-gebieden
  • bijkomende productiekosten door verlies in levensonderhoud en ecosysteem diensten
  • kosten om deze soorten te reguleren 

Genetisch gemodificeerde organismen

Genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) zijn organismen waarvan het genetische material (DNA) gewijzigd is op een wijze die niet in de natuur voorkomt (gedefinieerd door Wereldgezondheidsorganisatie). De technologie wordt ook wel “moderne biotechnologie”, “genentechnologie”, “recombinanten DNA technologie” of “genetische engineering" genoemd. Het maakt het overdragen van genen van het ene organisme in het andere mogelijk, ook tussen niet-gerelateerde soorten. 

De voordelen van GGO’s

GGO’s zijn vaak onderwerp van verhitte discussies tussen voor- en nadelen. Bedrijven die GGO’s voorstaan, laten weten dat genetisch gemanipuleerde gewassen de opbrengsten opvoeren, ze beter resistent zijn tegen wispelturige klimaatveranderingen (droogte en overstromingen) en tegen ziektes en plagen, hetgeen de noodzaak voor agro-chemicaliën vermindert.

De nadelen van GGO's

Argumenten tegen het gebruik van GGO's zijn dat ze gezondheidsproblemen veroorzaken, schadelijk zijn voor het milieu en in strijd met de rechten van boeren en consumenten. Punten van zorg voor het milieu zijn onder andere:

  • Het vermogen van de GGO-soorten te ontsnappen naar aangrenzende habitats en gemanipuleerde genen in wilde populaties te veroorzaken
  • Persistentie van het gen nadat het ggo is geoogst
  • Gevoeligheid van niet-doelwitorganismen (bijvoorbeeld insecten die geen plaag zijn) voor het gen product
  • Stabiliteit van het gen; de vermindering van het spectrum van andere planten, waaronder het verlies aan biodiversiteit
  • Verhoogd gebruik van chemicaliën in de landbouw

Bron